* Kolderwolde, 25 augustus 1919 |
† Venhuizen, 30 januari 2012 |
Een markant mens, man, is van ons heengegaan: Kerst Boomsma. Hij is 92 jaar oud geworden. Velen die in Venhuizen en omstreken woonden en wonen, zeker hen die kerkelijk betrokken zijn, kenden hem. Kerst Boomsma heeft zijn stempel gedrukt op de opbouw van 'ons' Zuiderkogge en van de Hervormde Kerk. Hij deed dat niet alleen, hij wist zich zeer zo verbonden met zijn vrouw Johanna Planting dat het geen toeval is dat haar naam uitdrukkelijk op de rouwkaart vermeld staat. Zij konden het goed met elkaar vinden, en vrijwel overal buiten de boerderij trokken ze samen op, vooral in kerkelijke setting.
Zo zong Johanna Planting in het koor van de Hervormde Kerk , en stond Johanna altijd naast hem, of beter gezegd hij naast haar. Altijd als er iets georganiseerd werd in de kerkelijke gemeente, dan waren ze er samen. Het valt met geen pen te beschrijven hoeveel de Hervormde Gemeente aan hen beiden te danken heeft. Dat Kerst het ambt van ouderling bekleed heeft, is daar slechts een teken van.
Kerst Boomsma en Johanna hebben veel dominees opgevangen, inclusief partners als het nodig was aan de Zuiderdijk. Daar aan de Zuiderdijk waar Kerst Boomsma na aanvankelijk in een arbeidershuisje begonnen te zijn met zijn Johanna hij samen met haar een prachtige boerderij heeft bewoond. En daar was het dat de gastvrijheid hoogtij vierde. Niet alleen dominees en hun eventuele partners. Ook talloze jongeren vonden daar een logeeradres: 'Amsterdammertjes, Haarlemmertjes, hoeveel kinderen en jongeren vonden daar geen onderdak voor een tijdje of voor langere tijd.
Hij was een principieel en rechtzinnig man in het geloof; kon daar soms streng in zijn, dat was in de jonge jaren van sommige van de kinderen niet altijd makkelijk, al werd hij later milder en milder, principieel als hij was; als het moest stond hij tijdens een kerkdienst soms op om een opmerking te maken aan het adres van de dominee; maar dan altijd later een gesprek aangaand met de voorganger; daar had je wat aan. Dominee van Melle vertelde daar over tijdens de gedachtenisdienst op 4 februari. En het ging er altijd op recht aan toe, tijdens die uiteenzettingen en discussie's over het geloof. En waardevol was het.
Zelf was Kerst Boomsma ook voorganger tijdens diensten in de Bosman. Dan oefende hij thuis en zijn Johanna hanteerde dan het rode potlood als het ware: Kerst dat kun je toch zo niet zeggen, kwam hij in de Bosman, en schudde zij Johanna het hoofd dan raakte hij het spoor bijster.
Talloos zijn de anekdotes, die over hem en zijn Johanna de ronde doen. Kleinzoon Chris verhaalde daarvan tijdens de gedachtenisdienst. De dienst die vrijwel geheel van de hand van hemzelf , Kerst Boomsma was. Tekenend voor de mondige mens die hij was. Hij had vrijwel direct nadat zijn geliefde Johanna was heen gegaan zijn dochter Hiek een papier overhandigd. Dat is tot aan zijn overlijden in de kluis bewaard gebleven. Op dat papier stond de orde van dienst zoals die bij de gedachtenisdienst zou moeten worden uitgevoerd.
Centraal daarin twee teksten. De eerste Psalm 139: “U omsluit mij van achter en van voren, U legt u hand op mij Wonderlijk zoals U mij kent het gaat mijn begrip te boven. “ Kerst Boomsma was zoals eerder aan gegeven een rechtzinnig en gelovig man. Maar tegelijkertijd een mens die erg aan het leven, aan de boerderij, aan zijn kinderen, kleinkinderen maar vooral aan Johanna hechtte. Die twee polen hield hij bijeen, en zo was hij een echt mens en een gelovig mens in een persoon.
De tweede tekst was: Fillippenzen 3. Paulus die daar bescheiden woorden in de mond neemt:
“10 Ik wil Christus kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren,
ik wil delen in zijn lijden en aan hem gelijk worden in zijn dood,
11 in de hoop misschien ook zelf uit de dood op te staan.”
12 Niet dat ik al zover ben en mijn doel al heb bereikt. Maar ik houd vol in de hoop eens dat te kunnen grijpen waarvoor Christus Jezus mij gegrepen heeft.
Daar spreekt toch ook bescheidenheid uit.
En zo zie ik Kerst Boomsma voor me, in die stoel in de Bosman.
“Ik weet het niet zei hij” En dan werd het stil.
Maar dan even later: “Er is... is en dan ging zijn vinger naar die foto van Johanna
dan ging zijn vinger in de richting waar hij dacht dat zijn God toch was
'dan is het er weer' zei hij dan. dan is het er weer, Hij er weer' Zijn, God, dan was t weer goed.
Al na 1999 toen Johanna stierf hoeft t niet meer, Hij verlangde naar zijn Johanna; Maar dan kwamen ze telkens weer: Rommert op dinsdag, Sieger een loopje vanaf de Merel, Vera op donderdag, Gale in de avonden, en Hiek soms met Deem maar altijd Hiek, personeel van de Bosman; de Zonnebloem; mensen van t dorp; dan was t weer goed.
Telkens weer wees hij in de Bosman naar die Foto van zijn Johanna.
Zo geloofde hij het: dat hij haar weer zou ontmoeten, in de dood. Dat geloofde hij, dat wensen wij hem toe. En wij wensen kinderen en aangetrouwden, familie en allen die hem dierbaar waren veel sterkte toe in het verwerken van dit grote verlies nu hij is heen gegaan.
ds. M.Camarasa